Uitspraken die Hans Wijers deed als privépersoon zijn irrelevant, dus zijn terugtreden als informateur was onnodig, schrijft Marcel ten Hooven.
Dit blijft raadselachtig aan de kwestie-Hans Wijers: waarom zei hij zo snel sorry voor uitspraken over zijn coalitievoorkeuren en zijn onbetamelijkheden over VVD-leider Dilan Yeşilgöz? Excuses waren onnodig, en dat geldt ook voor zijn terugtreden als informateur. Hij deed zijn uitlatingen vóór zijn aanstelling als informateur, als privépersoon. Die boden daarom geen grond om hem in zijn publieke hoedanigheid van informateur te diskwalificeren, noch om een oordeel vooraf te vellen over zijn onpartijdigheid en onafhankelijkheid.
Op zich was het begrijpelijk dat hij de handdoek in de ring gooide. Het geruis rond hem zou niet meer verstommen, na alle opwinding die de berichtgeving van NRC en De Telegraaf teweegbracht, maar dat is vooral deze twee kranten te verwijten: zij maakten nieuws van iets wat welbeschouwd geen nieuws was.
In de nasleep van Wijers’ terugtreden gaat het vooral over twijfels aan de journalistieke zorgvuldigheid van NRC, een krant die zichzelf strenge normen oplegt voor waarheidstrouw en onafhankelijkheid. Voor een vak als de journalistiek, dat pretendeert feiten van onzin te onderscheiden, kan dat soort rumoer nooit kwaad: dat zet aan tot reflectie en een zelfkritische gezindheid over de keuzes en afwegingen die redacties maken.
Hooguit in de marge melden
Niettemin blijft één aspect tot dusverre onbesproken in de publieke ophef over de beslissing van NRC om in de kwestie-Wijers stevig uit te pakken. Dat is dit: zelfs al heeft D66’er Wijers recentelijk partijpolitiek gekleurde uitspraken gedaan, dan nog waren die irrelevant op het moment dat de Tweede Kamer hem als informateur aanwees. Op grond van deze redenering had de krant moeten besluiten niet, of hooguit in de marge melding te maken van Wijers’ opmerkingen.
Wat houdt die redenering in? Onder het maatschappelijke en politieke leven schuilt de premisse dat mensen zich bewust zijn van de verantwoordelijkheid die zij in hun professionele hoedanigheid dragen. Tot die verantwoordelijkheid behoort dat zij zich niet laten beïnvloeden door persoonlijke denkbeelden die dat professionele functioneren in de weg kunnen zitten. Dat geldt voor politieagenten of docenten niet minder dan voor rechters, journalisten, politici: in hun vak moeten zij hun privépersoon gescheiden houden van hun publieke persoon, anders zullen zij in de uitoefening van hun taak al gauw hun geloofwaardigheid kwijt zijn. Dat hoef je iemand als Hans Wijers met zijn staat van dienst in de politiek en het bedrijfsleven niet te vertellen.
In haar oratie Big Mother: over de personalisering van de publieke sfeer (2002) betoogt rechtsfilosofe Dorien Pessers dat een maatschappij alleen fatsoenlijk kan functioneren als mensen hun eigen persoon als het ware laten verdwijnen achter hun publieke rol. Van haar mogen we thuis onszelf zijn, desnoods ons liederlijke zelf, maar in de publieke sfeer liever niet. Daar gelden volgens Pessers de wetten van het theatrum mundi, het theater van de wereld: ‘Daarin verschijnen mensen niet als hun hoogstpersoonlijke zelf, maar met maskers op, in hun rollen van werknemer, docent, arts, ambtenaar, politicus of burger.’
Mensen moeten hun eigen persoon kunnen laten verdwijnen achter hun publieke rol
In de greep van achterdocht
Zij kwalificeerde haar thesis als ‘praktische wijsheid’, hoe onmodieus haar zienswijze ook was in het licht van een persoonlijkheidscultus waarin we ‘gewoon’ onszelf moeten kunnen zijn. Vijfentwintig jaar na dato heeft die praktische wijsheid nog niets aan belang ingeboet. Achterdocht zou het maatschappelijke en politieke leven in zijn greep krijgen als we van anderen veronderstellen dat zij in alle omstandigheden ongetwijfeld gewoon zichzelf zullen zijn, oftewel maling zullen hebben aan de noodzaak hun persoonlijke gezindheid te scheiden van hun professionele taakopvatting. Het einde zou zoek zijn: geen gezagsdrager zou nog kunnen rekenen op vertrouwen in zijn onpartijdigheid en onafhankelijkheid.
Doorgeredeneerd zou in het geval van een kandidaat-informateur voortaan eerst diens hele doopceel moeten worden gelicht, privé-appjes en wat dies meer zij niet uitgezonderd, vóór hij kan aantreden. Zo installeer je wantrouwen in een kwetsbaar bestel dat juist op vertrouwen is gefundeerd. Dat geldt in het bijzonder voor de formatie, een delicaat politiek proces dat zich noodzakelijkerwijs achter gesloten deuren afspeelt. Hoewel in een coalitiebestel als het onze concessies onvermijdelijk zijn, zal geen politicus die in de volle openbaarheid willen doen: in het ruige opinieklimaat van nu zal hem al gauw het verwijt treffen dat hij de ruggengraat van een banaan heeft.
Kabinetsformatie is al direct in een sfeer van wantrouwen gehuld
Dat is de zelfkritische vraag die de NRC zichzelf moet stellen: heeft de redactie dit alles overwogen voor het besluit viel een groot nummer te maken van Wijers’ uitspraken in de weken vóór zijn aanstelling als informateur? Het gevolg is dat de kabinetsformatie al direct in een sfeer van wantrouwen is gehuld en zo een valse start maakt, net nu zoveel kiezers hoopten op een nieuw begin na de puinzooi die het kabinet-Schoof achterlaat.
Terecht meet de journalistiek zich het credo van waakhond van democratie aan. Des temeer moet zij ervoor waken zich als een straathond te gedragen.
Verschenen in dagblad Trouw op 17 november 2025.
