Na mij geen zondvloed

Interview: Het rentmeesterschap van Dorien Pessers

Rechtsfilosofe Dorien Pessers gruwelt van de milieuschuld die de generaties van nu doorschuiven naar die van later. Een ‘ecologische rechtsstaat’ is geboden.

Dorien Pessers
‘De staat is inderdaad geen machine, maar wel bij uitstek een project dat het geluk van de mensen moet dienen’ © Foto Ton Toemen

Dorien Pessers is sinds ze met emeritaat ging, in de zomer van 2017, verlost van het drukbezette universitaire leven, maar het valt nog altijd niet mee een afspraak met haar te maken. Ze bewaakt haar dagen, om zo veel mogelijk tijd met haar acht kleinkinderen te kunnen doorbrengen. Veel leukers dan haar bestaan als oppas-oma kan ze zich niet voorstellen, hoezeer de rechtsfilosofe haar studenten ook mist, maar toch: het lukt haar niet helemaal onbevangen in zorgeloos welbehagen van dat plezier te genieten. Daarvoor knaagt de ongerustheid over het leven dat haar kleinkinderen tegemoet gaan te veel.

Die bezorgdheid steekt dieper dan de gebruikelijke sores die grootouders over hun kleinkinderen hebben – kijken ze wel uit in het verkeer? Drinken ze niet te veel? Doen ze het goed op school? – en is in letterlijke zin existentieel. ‘Ik vrees de toekomst, vanwege die enorme milieuschuld die wij, de generaties van nu, naar onze nakomelingen doorschuiven, en door de weigerachtigheid van de politiek en, vooral, het grote bedrijfsleven om de klimaatcrisis werkelijk serieus aan te pakken’, zegt Pessers.

Lees verder in De Groene


Verschenen in De Groene Amsterdammer nr. 51-52 (19 december 2018).