In de steek gelaten

Boeren en de biolandbouw-transitie

De boeren mogen niet als enigen verantwoordelijk zijn voor de omschakeling naar duurzame landbouw. Ze zijn onder meer afhankelijk van biotechnologische multinationals en het grootwinkelbedrijf. ‘Dit is gewoon superkrom.’

Annechien ten Have-Mellema
Annechien ten Have-Mellema, varkenshouder en akkerbouwer.
Foto: Reyer Boxem

Cees Veerman oogt op de dag dat ik hem spreek lichtelijk vermoeid. Dat kan kloppen: hij heeft maar een paar uur geslapen. Tot vier uur ’s nachts zat hij op de trekker, om zijn zoons een handje te helpen bij de aardappeloogst op het familiebedrijf in de Hoeksche Waard. De hele week waren ze al bij het ochtendkrieken begonnen en niet voor elven ’s avonds gestopt, maar nu moesten ze ook ’s nachts doorhalen: het KNMI verwachtte regen. Het was zaak zo veel mogelijk aardappels te rooien vóór het land te drassig zou zijn om die zware machines te dragen.

Al kost het hem z’n nachtrust, Veerman geniet van zo’n gezamenlijke inspanning om de regen te vlug af te zijn. ‘Ook mensen uit het dorp komen helpen, zonder dat ze betaald willen worden. Om middernacht pauzeren we. Dan zitten we met z’n allen aan onze keukentafel, met een grote pan erwtensoep.’

Veerman, minister van Landbouw in drie kabinetten-Balkenende (2002-2007), emeritus hoogleraar in Wageningen en akkerbouwer in ruste, vertelt het verhaal ook om zijn stelling te onderstrepen dat een boerderij geen ‘normaal’ bedrijf is, vergelijkbaar met ondernemingen die hun productieproces exact kunnen calculeren. De natuur zal zich nooit volledig laten reguleren, hoe ver het rationalisatieproces in het agrarische bedrijf ook is voortgeschreden. ‘Regen kun je niet tegenhouden, op de zomer zal altijd de herfst volgen, er zijn ziekten en plagen’, zegt hij.

En hoewel de glastuinbouw en de intensieve veeteelt het wisselvallige weer hebben buitengesloten door het productieproces volledig onder te brengen in kassen en megastallen, blijft ook hun bedrijfsvoering onderworpen aan natuurlijke periodiciteiten, zegt Veerman: het is onmogelijk de draagtijd van een koe te verkorten of de groeitijd van een tomaat naar willekeur te beïnvloeden.

Nog zo’n natuurlijke gegevenheid is dat de bulk van wat de boer produceert bederfelijke waar is die hij zo gauw mogelijk moet afzetten. Strategisch wachten tot de markt weer aantrekt zit er voor hem niet in. ‘Om dat alles zeg ik: het boerenbedrijf is geen gewone economische activiteit’, aldus Veerman. ‘Het is nogal inflexibel als de markt om aanpassingen vraagt en altijd heeft het te kampen met de onzekerheid van die onvoorspelbare natuur. Een boer kan zich weinig fouten permitteren, anders komt de continuïteit van zijn bedrijf al gauw in gevaar. Een foute gok of een verkeerde beslissing kan dramatisch uitpakken en niet alleen de boer zijn baan kosten, maar ook het kostbare familiebezit dat een boerderij vaak is in gevaar brengen.’

Veerman vindt het dan ook te gemakkelijk alleen de boeren aan te kijken op de overbelasting van het milieu en de gezondheidsrisico’s die het landbouwsysteem veroorzaakt. Ook andere betrokkenen bij dat systeem dragen een verantwoordelijkheid: de grote ondernemingen waarvan boeren afhankelijk zijn om meer zekerheid in hun bedrijfsvoering te brengen. Dat zijn de banken en het grootwinkelbedrijf, maar ook de multinationals die de kunstmest en bestrijdingsmiddelen aanleveren waarmee de boeren het risico op misoogsten en andere grilligheden van de natuur decimeren. In hun eentje maken de boeren weinig klaar tegenover economische grootmachten als deze die, als het erop aankomt, de winstgevendheid van hun investering laten prevaleren boven de bescherming van het milieu – en boeren onder druk zetten hetzelfde te doen.

Politiek beleid gericht op een omschakeling van de Nederlandse landbouw naar duurzame, ecologisch evenwichtige methodes kan dus niet beperkt blijven tot de agrarische sector zelf. Het zal ook de economische machtsstructuur moeten openbreken waarin de boeren klem zitten.

Vandaar dat Annechien ten Have-Mellema , varkenshouder en akkerbouwer in het Groningse Beerta, zo verontwaardigd is over een tweet waarin Eurocommissaris Frans Timmermans de boeren verwijt ‘vast te houden’ aan een verouderd landbouwsysteem. Het is niet zo dat ze er per se aan vasthouden, zegt ze, ze zijn erin vastgezet. Uit eigen ondervinding zegt ze: ‘Boeren die uit het systeem willen breken ondervinden grote problemen, dus om nu te zeggen dat het louter onwil is… Boeren kunnen er eigenlijk niet uit, tenzij ze bereid zijn grote risico’s te nemen met het voortbestaan van hun bedrijf én met het lot van hun gezin.’

Ze vervolgt: ‘Dus als Timmermans dat twittert, denk ik: man, als je nu olie op het vuur wilt gooien, dan moet je het zo doen. In letterlijke zin is de woede die je in de boerenacties op het Malieveld zag machteloze woede, van boeren die de greep op hun toekomst kwijt zijn, die in onzekerheid verkeren over hun werk, die de situatie waarin ze verkeren als chaotisch ervaren. De meesten zijn echt niet vierkant tegen elke verandering, op voorwaarde dat iedereen een beetje meewerkt, niet alleen zijzelf, maar ook de consumenten, de overheid, de supermarkt, de banken.’

Hoezeer hij ook gruwt van het intimiderende vertoon met die gigatractors, begrijpt Harm Evert Waalkens, bioboer in Finsterwolde en oud-Kamerlid voor de PVDA (1998-2010), de frustraties van zijn protesterende collega’s wel. ‘Zij zijn al die jaren een doodlopende steeg in gelokt, met een fantasiebeeld van een landbouw die ongestraft kon uitdijen. Niemand hield ze tegen, de banken en andere ondernemingen die bij die groei baat hadden niet, maar evenmin politici van de zogenaamd boervriendelijke partijen. CDA, VVD, SGP in de eerste plaats. Ze hebben de boeren die in dat fantasiebeeld geloven tot op heden nooit echt tegengesproken, integendeel, hun juist eerder naar de mond gepraat.’

En dat is cynisch, zegt Waalkens: ‘Het is gewoon oneerlijk. Ook zij weten donders goed dat de grenzen die je aan de groei van de landbouw zou moeten stellen al lang zijn gepasseerd. Ze laten daarmee de boeren voor wie ze zeggen op te komen juist in de steek: hoe langer ze dralen met beleid dat onontkoombaar is, hoe drastischer straks de ingrepen in de landbouw zullen moeten zijn.’

Lees verder in De Groene

 


Verschenen in De Groene Amsterdammer nr. 3 (15 januari 2020).